“Tussen schaduw en zonlicht:
het verborgen leven van de sjakohoenders”

Sjakohoenders (guans), hokko’s (curassows) en chachalaca’s vormen samen de familie Cracidae, behorend tot de hoendervogels (Galliformes). Deze vogels zijn typische bewoners van tropische en subtropische bossen in Midden- en Zuid-Amerika. Het zijn de tegenhangers van de fazanten en pauwen uit de Oude Wereld. Ze zijn vaak middelgroot tot groot, met relatief lange staarten en sterke, maar korte vleugels – eigenschappen die hen ondersteunen bij hun boomlevende bestaan. Ze zijn vooral ‘s avonds en ‘s nachts actief, foeragerend op fruit, zaden, insecten en bladeren op de bosgrond of in de ondergroei.
De Grijspootsjakohoender, in Brazilië bekend als de Jacuguaçu of Jacu, is een opvallende soort binnen de Cracidae-familie. Deze vogel is 68–75 cm lang, weegt gemiddeld tussen 900 en 1200 gram en is herkenbaar aan zijn donkergrijze poten. Hij voedt zich vooral met fruit en vruchten die hij op de bosbodem vindt en is voornamelijk terrestrisch, rustend of foeragerend op de grond in bosrijke gebieden. De Grijspootsjakohoender migreert niet en vertoont seizoensgebonden gedrag binnen zijn habitat.





